Chronisch obstructieve longziekten [beweeginterventie]


Nieuwe zoekopdracht

Chronisch obstructieve longziekten [beweeginterventie]

Chronisch obstructieve longziekten (COPD) is een van de meest voorkomende chronische aandoeningen in Nederland. Er is voldoende circumstantial evidence om aandacht te hebben voor beweegprogramma’s voor mensen met COPD: uit de literatuur blijkt dat COPD-patiënten een minder actieve leefstijl hebben dan gezonde controlepersonen, terwijl juist inactiviteit leidt tot deconditionering en gereduceerd inspanningsvermogen.

De verwachting is dat het aantal patiënten de komende decennia zal blijven stijgen, mede als gevolg van roken, een grote risicofactor voor het ontwikkelen van COPD en andere chronische aandoeningen. COPD gaat dan ook vaak gepaard gaat met enige andere (chronische) aandoening. Deze comorbiditeit is geassocieerd met inactiviteit, en wordt ook effectief voorkomen en behandeld door inspanningstraining en een actieve leefstijl.

Patiënten kunnen na het stellen van de diagnose COPD worden geklasseerd op basis van de eensecondewaarde als mild (GOLD I), matig (GOLD II), ernstig (GOLD III) of zeer ernstig (GOLD IV). Mede aan de hand hiervan kan medische behandeling worden afgestemd op de patiënt. Globaal kan worden gesteld dat patiënten tot GOLD II in de eerste lijn worden gevolgd, zowel naar diagnostiek als naar behandeling. Patiënten met GOLD III of GOLD IV worden doorgaans door de longarts gevolgd. Hiervoor zijn richtlijnen opgesteld. Specifiek voor fysiotherapie is er de KNGF-richtlijn Chronisch obstructieve longziekten.

De Standaard beweeginterventie chronisch obstructieve longziekten sluit aan op bovengenoemde KNGF-richtlijn en biedt houvast aan de fysiotherapeut bij het opstellen van een beweegprogramma voor mensen die moeite hebben met het zelfstandig onderhouden van een actieve leefstijl. Hiervoor zijn aanvullende in- en exclusiecriteria opgesteld.

Het beweegprogramma wordt opgesteld aan de hand van de wensen van de patiënt, de individuele trainingsdoelen en eventuele comorbiditeit, met als mogelijke trainingsdoelen, het:

  • ontwikkelen en onderhouden van een actieve leefstijl;
  • kennen van eigen fysieke grenzen;
  • omgaan met fysieke beperkingen;
  • optimaliseren van het inspanningsvermogen;
  • overwinnen van angst voor inspanning;
  • bestrijden van beïnvloedbare risicofactoren en het bewerkstelligen van gedragsverandering.

Dit kan bereikt worden door:

  • het vergroten van het maximale aerobe uithoudingsvermogen;
  • het trainen van lokale spierkracht en spieruithoudingsvermogen;
  • functioneel trainen voor cliënten met COPD;
  • verlagen van risicofactoren voor andere morbiditeit.

Het uiteindelijke doel is uitstroom naar het reguliere beweeg- en sportaanbod, dat wil zeggen zelfstandig bewegen zonder supervisie van de fysiotherapeut. Uitstroomcriteria zijn hiervoor opgesteld.

In de bijlage vindt u de volledige KNGF-standaard Beweeginterventie chronisch obstructieve longziekten.